Bij het overlijden van Paul Cauchie, in 1952, besloten Lina en haar dochter Suzanne enkele aanpassingswerken uit te voeren om het huis in overeenstemming te brengen met de toenmalige mode. Hierdoor gingen meerdere decoratieve elementen verloren die door Paul waren ontworpen.
Na het overlijden van Lina in 1969 maakte Suzanne plannen voor een vastgoedoperatie die onvermijdelijk tot de afbraak van het huis zouden leiden. Deze plannen gingen gelukkig niet door, dankzij de tussenkomst van Maurice Culot, afgevaardigd bestuurder van de Archives d’Architecture Moderne, die in 1971 een beschermingsaanvraag indiende. Het huis werd in 1975 als monument beschermd maar takelde door leegstand en verwaarlozing geleidelijk af.
Twee gepassioneerde liefhebbers van de art nouveau, het echtpaar Guy en Léona Dessicy, ontdekten tijdens een wandeling toevallig het huis dat toen reeds zeer sterk vervallen was. Ze besloten het te redden en slaagden er na moeizame onderhandelingen in een koopcontract te sluiten. Dit was in 1980.
De nieuwe eigenaars voerden gedurende vijftien jaar restauratiewerkzaamheden uit. Intussen was het idee gerijpt om het Cauchiehuis een nieuwe bestemming te geven als Kuifjemuseum. Dit project, dat de goedkeuring van Hergé had gekregen, werd echter opgegeven ten voordele van wat later het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal zou worden in de vroegere warenhuizen Waucquez die nog door Victor Horta waren gebouwd. De plannen in overleg met de Studio's Hergé en de architecten Jean-Jacques Boucau en Xavier de Pierpont waren nochtans ver gevorderd. Een maquette op schaal gebouwd door de Studio's Hergé en de bewaard gebleven schetsen van Bob De Moor getuigen nog van dit afgelast project.
Het Cauchiehuis kreeg zo zijn huidige museale bestemming. In 1994 werden de voornaamste kamers op de benedenverdieping en de kelderverdieping gewijd aan leven en werk van Paul en Lina Cauchie opengesteld voor het publiek.